‘Het NFI is ook een Rijkskennisinstelling en dat mogen we best meer laten zien’

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) doet sinds de oprichting van de voorloper, het Gerechtelijk Laboratorium, al tachtig jaar forensisch onderzoek. Het NFI innoveert en deelt kennis om bij te dragen aan een veiligere samenleving. “Waarheidsvinding is niet zomaar het geven van een mening”, zegt Annemieke de Vries, directeur Wetenschap en Technologie: “Je moet de resultaten van onderzoek wetenschappelijk interpreteren, op een navolgbare en controleerbare wijze. Wetenschap is de methode om zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen. Het NFI is de enige Rijkskennisinstelling (RKI) voor forensisch onderzoek in Nederland. Wij moeten forensische kennis borgen, opbouwen en overdragen. Ik vind dat we het zijn van een Rijkskennisinstelling en wat dat betekent, nog beter in de etalage mogen zetten.”

Vergroot afbeelding
Annemieke de Vries en Mattijs Koeberg

“De rol van het NFI is de afgelopen jaren veranderd”, vertelt innovatieadviseur Mattijs Koeberg. “Je ziet dat de balans tussen het uitvoeren van forensisch onderzoek en kennisopbouw verschuift door steeds complexere vragen uit het veld. Waar het vroeger ging om de vraag ‘van wie is het DNA?’ gaat het tegenwoordig om ‘hoe is het DNA daar terechtgekomen?’ Vragen gaan steeds vaker over DNA op activiteitniveau. Of over de toepasbaarheid van algoritmes. Dat zijn meer kennisvragen dan technologische onderzoeksvragen.” De Vries vult aan: “Het team Forensische Big Data Analyse (FBDA) krijgt minder standaardaanvragen dan vroeger, maar de politie vraagt nu bijvoorbeeld hoe taalmodellen kunnen worden ingezet in forensisch onderzoek. Dit geldt breed voor digitaal onderzoek. Het beroep op onze kennis is niet altijd zichtbaar vastgelegd in het Service Level Agreement (SLA) dat we jaarlijks overeenkomen met het departement, de politie en het Openbaar Ministerie (OM). Tegelijkertijd verwachten rechters, het OM en de politie wel dat we alle kennis actueel en in huis hebben. En dat mogen ze ook verwachten van het NFI als Rijkskennisinstelling.”

Datagedreven werken

Het datagedreven werken en de kennis die nodig is om data te interpreteren versnelt de veranderende vraag, ziet Koeberg. “Het NFI heeft met bijna veertig forensische kennisgebieden en decennia aan onderzoek een schat aan data. De DNA-databank is de bekendste, maar het NFI heeft er meer, zoals op het gebied van glasvuurwapens, verf en inkt. De sporen kunnen strafzaken aan elkaar linken. Rechtbanken vragen steeds vaker om bewijswaarden te berekenen. Forensische statistiek en big data-analyse maken dat mogelijk. De frequentie van kenmerken kun je tellen. Je kunt bewijskracht wetenschappelijk onderbouwen. Kijk naar vingersporen en auteurschapsvergelijkingen.” 

Kennisontwikkeling

Het NFI is hét Rijkskenniscentrum op het gebied van forensisch onderzoek en biedt een venster naar (inter)nationale kennisontwikkeling en innovatie. “We signaleren maatschappelijke trends, innovaties en ontwikkelingen in het forensisch onderzoeksveld en passen die toe in ons eigen onderzoek én dat van de strafrechtketen. We dragen die kennis ook over. Kennis bouw je over geruime tijd op, en je moet bewust investeren om die kennis op peil te houden. Wij zijn er om innovaties en kennis te verspreiden om de samenleving veiliger te maken. Daar zijn we trots op”, zegt De Vries. “De taken en adviezen van een RKI zijn geworteld in wetenschappelijke kennis en we dienen het publieke belang.  De Vries weet dit ook uit haar tijd bij het RIVM: “In coronatijd was hun kennis- en signaalfunctie heel zichtbaar. Het NFI had een soortgelijke rol bij MH17, maar die rol moeten we ook buiten crisistijd zichtbaar maken.”

Meer aanbieders forensisch onderzoek

De afgelopen jaren was het NFI op de eerste plaats een uitvoeringsorganisatie. Vraag mensen op straat wat het NFI doet, en ze noemen vooral DNA-onderzoek, gerechtelijke secties of cryptotelefoons. De rol als RKI is minder bekend. Sinds een aantal jaar zijn er meer organisaties die forensisch onderzoek uitvoeren, zoals de ketenpartners zelf en commerciële bedrijven. “Het is nu een goed moment om na te denken over wat dit voor ons betekent. Wat zijn de belangrijkste waarden die wij als overheidsinstantie toevoegen aan de strafrechtketen en uiteindelijk de maatschappij? We voeren onafhankelijk forensisch onderzoek uit en het NFI onderscheidt zich van andere aanbieders doordat we daarnaast continu innoveren en kennis delen, zowel nationaal als internationaal”, zegt De Vries. “We moeten het belang van onze kennisopbouw en innovaties beter etaleren, ook omdat de wereld dat meer vraagt en (technologische) ontwikkelingen razendsnel gaan. Er is een grotere behoefte aan forensische kennis en een innovatieve aanpak om die ontwikkelingen tijdig het hoofd te bieden. Neem kunstmatige intelligentie, DNA-onderzoek en de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Dit is hét moment om onze kennis voor de gehele strafrechtketen inzetbaar te maken.”

Kennisopbouw als overheidstaak

“Technologie koop je in, kennis niet”, zegt Koeberg. “Rijkskennisinstellingen hebben ook de taak om innovaties en kennis te verspreiden om – in ons geval - de samenleving veiliger te maken. Rijkskennisinstellingen hebben een maatschappelijke taak en richten zich op het bijdragen aan publieke waarden. Commerciële bedrijven doen dat minder. Voor het opbouwen en onderhouden van kennis moet het NFI hard werken, en vooral  samenwerken met ons netwerk. Het NFI ziet dingen die anderen niet zien, niet alleen vanwege onze centrale plek in het forensisch onderzoek, maar zeker ook dankzij onze leerstoelen bij universiteiten en hogescholen en onze (inter)nationale samenwerkingspartners.”

Dicht op wetenschap

Het NFI zit in internationale netwerken dicht op de wetenschap. “Het betekent vaak een langdurige verbinding met onderzoeksgroepen. Neem bijvoorbeeld het ICAI-lab bij de Universiteit van Amsterdam (UvA). Dat vraagt een langlopend commitment van zowel de UvA als het NFI en levert ons nu de nieuwste inzichten op in de (on)mogelijkheden van toepassen van AI in het forensisch onderzoek.” We werken ook samen met het bedrijfsleven, kijk naar het project EXFILES. Hiermee wordt de klassieke ‘Triple Helix’ vormgegeven, een belangrijke initiator van innovatie. Door onderzoek te doen in zaken blijft de connectie met de praktijk geborgd. “We zijn geen universiteit in Ypenburg”, zegt De Vries: “We zijn de schakel tussen de dagelijkse forensische praktijk én wetenschappelijk onderzoek bij academische instituten, private partijen. Als rechercheurs op iets nieuws of iets ongebruikelijks stuiten, bellen ze onze deskundigen om te overleggen.”

Drie kerntaken

Door de activiteiten en taken als Rijkskennisinstelling meer voor het voetlicht te brengen veranderen de drie kerntaken van het NFI — het doen van forensisch onderzoek, innoveren en het delen van kennis — en de verhouding daartussen niet, benadrukt De Vries. “De kerntaken kunnen niet zonder elkaar. Alleen kennisopbouw en innoveren kan niet. Het uitvoeren van forensisch onderzoek is essentieel voor onze partners en het doen van zaken is ook noodzakelijk om kennis op te bouwen en behoefte-gestuurd te kunnen innoveren. “Ik zou alleen graag zien dat we de circa 30% die we nu plannen voor kennisopbouw, kennisuitwisseling en innovaties, ook echt daarvoor gebruiken.”

Samenwerking

De Vries besluit: “We hechten veel waarde aan waarheidsvinding in Nederland. We doen onafhankelijk forensisch onderzoek, geleid door de wetenschap. Ik ben trots op het NFI. Een onafhankelijk wetenschappelijk instituut is onmisbaar voor een veiligere en rechtvaardige samenleving. Enige ruimte als onderzoeksinstituut is dus nodig bij innovaties, om ook andere wegen te verkennen. Henry Ford zei vlak voor hij zijn T-Ford introduceerde: ‘Als ik had gevraagd wat mijn klanten wilden, hadden ze gezegd snellere paarden.’ We willen klaarstaan voor de forensische vragen van vandaag, maar ook van morgen. Dat doen we samen met onze partners, want dezelfde Ford zei ook: ‘Samenkomen is een begin. Samenblijven is vooruitgang. Samenwerken is succes.’ Dat is wat we doen en wat onze inzet is. Samen maken we de samenleving veiliger!”

Gemeenschappelijke kenmerken van de RKI organisaties zijn:

  • waarborgen van het publieke belang;
  • dienen van een breed maatschappelijk doel;
  • beleidsnabijheid/directe verbondenheid met beleid;
  • signaleren en agenderen van maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven;
  • venster naar internationale kennisontwikkeling en innovatie;
  • werken vanuit een wetenschappelijke grondslag (wetenschappelijke methodes en waarborgen van kwaliteit, integriteit en onafhankelijkheid); 
  • toegankelijkheid van de beschikbare kennis;
  • produceren van kennis en duiden van deze kennis en data voor overheid, bedrijven, organisaties en het grote publiek.